Het is van belang dat een minderjarige wordt bijgestaan door een advocaat die gespecialiseerd is in het jeugdrecht.

Een jeugdige die een strafbaar feit heeft begaan vóór hij twaalf jaar oud was, kan niet worden vervolgd.  Er kunnen wel opsporingsbevoegdheden en dwangmiddelen worden toegepast. De beslissing tot vervolging ligt bij de officier van justitie.

Het jeugdstrafrecht is in beginsel van toepassing op minderjarige verdachten van 12 tot 18 jaar en geeft bijzondere regels, voorwaarden en strafmogelijkheden in jeugdstrafzaken. Bij jeugdigen vanaf twaalf jaar kan er zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk worden gereageerd op strafrechtelijk gedrag.

Het materiële jeugdstrafrecht is wettelijk geregeld in titel VIII A van het Eerste Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de artikelen 77a tot en met 77hh. Het formele jeugdstrafrecht is opgenomen in Titel II van het Vierde Boek van het Wetboek van Strafvordering, in de artikelen 486 tot en met 505.

Jeugdstrafrecht

Als tegen een minderjarige vanwege een strafbaar feit een proces-verbaal wordt opgemaakt of als de minderjarige op het politiebureau moet blijven, brengt de politie de Raad voor de Kinderbescherming op de hoogte. 

De Raad onderzoekt de situatie van jongeren die met de politie in aanraking komen en licht de rechter of officier van justitie daarover in. De Raad kan dit doen door middel van het uitbrengen van een rapport (met een strafadvies). Er kan ook een medewerker van de Raad aanwezig zijn op de zitting.

Als de minderjarige voor de kinderrechter moet verschijnen zal hij een dagvaarding ontvangen. De officier van justitie bepaalt of een minderjarige gedagvaard wordt. 

Op de dagvaarding staat het feit waarvan hij wordt verdacht en de plaats en tijd van de zitting. De jeugdige verdachte is verplicht om op de zitting te verschijnen. Ook de ouders zijn verplicht ter zitting te verschijnen.

De strafzaak wordt in beginsel achter gesloten deuren behandeld. Dat betekent dat alleen de betrokken partijen aanwezig zijn, zoals de rechter, de officier van justitie, de verdachte en zijn advocaat, de ouders en bijvoorbeeld Bureau Jeugdzorg of iemand van de Raad voor de Kinderbescherming. Deze partijen komen allen aan het woord. 

De kinderrechter of meervoudige kamer kan aan de verdachte en sanctie opleggen; jeugddetentie, taakstraf/leerstraf, geldboete. Daarnaast kan de rechter een bijkomende straf opleggen. 

Naast straffen kan de rechter ook maatregelen opleggen, zoals plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (de PIJ-maatregel).

Ouders mogen hun minderjarige bezoeken op het politiebureau. 

Als de minderjarige is gedagvaard voor de kinderrechter ontvangen de ouders, die het gezag hebben over de minderjarige, eveneens een oproep om ter zitting te verschijnen. De ouders of de voogd zijn verplicht om op de zitting te verschijnen. Zij kunnen op de zitting de persoonlijke omstandigheden van hun minderjarige toelichten en bijvoorbeeld vertellen over de situatie thuis en op school.

Civiel recht

De rechter kan een minderjarige, als er zorgen bestaan over zijn ontwikkeling, onder toezicht stellen voor de duur van ten hoogste een jaar (met de mogelijkheid van verlenging met telkens een jaar). Het gezin wordt dan bijgestaan door een gezinsvoogd. Het gezin dient zich in dat geval te houden aan de aanwijzingen van de toegewezen gezinsvoogd. De minderjarige blijft in de meeste gevallen gewoon thuis wonen.

Dit is voor een gezin een ingrijpende maatregel. Het ouderlijk gezag wordt door deze maatregel beperkt. Sinds 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van een OTS die de kinderrechter oplegt.

De in het kader van een OTS toegewezen gezinsvoogd kan, indien daar noodzaak toe bestaat, een verzoek doen aan de rechter tot uithuisplaatsing van de minderjarige. Ook de Raad van de Kinderbescherming kan een dergelijk verzoek doen.

De rechter zal deze noodzaak moeten toetsen. Indien het verzoek wordt toegewezen zal de minderjarige worden geplaatst in een instelling of bij een pleeggezin. De maatregel tot uithuisplaatsing kan worden opgelegd voor de duur van maximaal een jaar. Dit is voor zowel de ouders als de minderjarige een zeer ingrijpende maatregel. Bijstand van een deskundig advocaat heeft dan ook de voorkeur.

Buitengerechtelijke afdoening

De meeste delicten die door minderjarigen worden gepleegd komen niet voor de rechter, maar worden buitengerechtelijk afgedaan, ofwel door de politie (sepot), het uitvaardigen van een strafbeschikking, verwijzing naar bureau Halt of door het aanbeiden van een transactie door het Openbaar Ministerie. 

 Uit artikel 77e van het Wetboek van Strafrecht volgt dat een opsporingsambtenaar een minderjarige naar een Halt-bureau kan verwijzen om daar aan een ‘project’ deel te nemen. Halt-projecten kunnen bestaan uit het verrichten van taken of werkzaamheden die in relatie staan tot het strafbare feit of uit het vergoeden van de veroorzaakte schade.

Het Besluit aanwijzing Halt-feiten bevat een opsomming van strafbare feiten die voor een Halt-afdoening in aanmerking komen. Het moet gaan om ‘zaken van eenvoudige aard, waarbij sprake is van overlast veroorzakend gedrag van geringe ernst’, zoals verstoring van de openbare orde, het afsteken van vuurwerk of overtreding van de Leerplichtwet.

Een geslaagde Halt-afdoening wordt niet vermeld op het strafblad.

Tijdens een zitting met een informeel karakter, geleid door een parketsecretaris van het Openbaar Ministerie kan aan de minderjarige een transactie – een taakstraf of een geldboete -  worden aangeboden. De strafzaak kan ook (voorwaardelijk) worden geseponeerd.

Neemt de minderjarige het aanbod aan, dan hoeft hij niet voor de rechter te verschijnen. De minderjarige kan zich tijdens een dergelijke zitting laten bijstaan door een advocaat.

Kosten rechtsbijstand 

In de meestel gevallen zal een advocaat aan de minderjarige verdachte worden toegevoegd. De advocaat wordt dan betaald door de overheid. U kunt zich ook laten bijstaan door een zelf gekozen (gespecialiseerde) advocaat. U kunt vrijblijvend contact met ons opnemen voor het bespreken van de mogelijkheden.


Advocaten gespecialiseerd in jeugdzaken:

De advocaten zijn tevens lid van de VJAR (Vereniging Jeugdrecht Advocaten Rotterdam) en de VNJA (Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten).

Mr. J-L.A.M. le Cocq d'Armandville-Le Cocq Jongsma Advocaten

Mr. J-L.A.M. le Cocq d'Armandville

Contact
Mw. Mr. E.A. Blok-Le Cocq Jongsma Advocaten

Mw. Mr. E.A. Blok

Contact
© 2018 Le Cocq Jongsma Blok Advocaten
design & powered by AWINK Websolutions